Programma


Dag 1

Toepassen van derivaten

  • Het ontstaan van rente- en valutarisico.
  • De toepassing van verschillende soorten derivaten. Hoe kunnen organisaties renteswaps in het kader van renterisicobeheer, valutatermijncontracten en valutaopties inzetten?
  • Het selecteren van het best passende derivaat. Waar hangt de keuze tussen een valutatermijncontract en een valutaoptie van af?

Dag 2

Waarderen van derivaten


  • De waardering van derivaten. Hoe kunt u de waarde van de verschillende financiële instrumenten bepalen, zoals van valutatermijncontracten, renteswapcontracten, goederentermijncontracten en opties?
  • Welke grootheden bepalen de waarde van een optiecontract?
  • Het treasury statuut en control. Wat is het belang van een treasury statuut en uit welke verschillende onderdelen bestaat deze?

Dag 3

Commerciële en Fiscale Verslaglegging


  • Grondregels met betrekking tot de verslaglegging van derivaten. RJ 290 / IFRS standaardregels en hedge accounting.
  • Hedge accounting. Welke verschillende soorten zijn er? Welke eisen hangen aan het toepassen van hedge accounting?
  • Het maken van de noodzakelijke boekingen bij:
  • Tussentijdse waardeveranderingen.
  • (Tussentijdse) beëindiging van het derivatencontract.
  • Tussentijdse beëindiging van een hedge relatie.
  • De verschillen tussen de commerciële en fiscale jaarrekening. In welke omstandigheden kan er verschil ontstaan?
  • Welke noodzakelijke boekingen zijn er bij het ontstaan van een belastinglatentie?